Kaartviewer (laden kan paar seconden duren)
Sinds de oprichting van het Binnenhof in de dertiende eeuw wordt gebouwd aan de stad Den Haag. Tot 1850 ging de groei vrij traag. Toen besloeg de stadsbebouwing niet veel meer dan het gebied binnen de singels, met een paar uitlopers lang wegen en waterwegen richting andere bevolkingskernen. Met de komst van de industrie werd ook het gebied buiten de singels in rap tempo volgebouwd. Allereerst waren de gebieden direct rond de binnenstad aan de beurt, maar toen die vol waren ging men verder met een tweede en derde schil rond de bestaande stad. Wanneer de gemeentegrens werd bereikt dan werd die grens gewoonweg opgeschoven. Door deze groeiwijze lijkt de stad van boven wel wat op een boomstronk met jaarringen waarbij oudste jaarringen zich bevinden bij de kern en de jongste aan de randen. De jaarringen zijn niet alleen zichtbaar in de bouwjaren, maar ook in de architectuurstijlen. Door sloop en nieuwbouw is dit patroon op veel plekken doorbroken, maar in grote lijnen is de structuur nog steeds te zien. Architectuur is continu in ontwikkeling. Stijlen komen langzaam tot wasdom, waarna ze langzamerhand weer overgaan in een volgende stijl. Het is niet zo dat men plotseling stopt met de ene stijl om vervolgens door te gaan met een andere. Zo'n stijlevolutie is goed te zien langs lange lanen die meerdere jaarringen van de stad doorsnijden, zoals de Laan van Meerdervoort. Hoe verder je langs deze laan naar het westen rijdt hoe zakelijker de architectuur wordt. Het is daarbij een kwestie van interpretatie waar de stijlkenmerken van de nieuwe bouwstijl de overhand krijgen. Vaak is architectuur gebonden aan een bepaalde tijdsperiode, maar er zijn in de stad wel wat uitzonderingen te vinden. Vooral in de afgelopen jaren zijn meerdere bouwprojecten gerealiseerd waarin een oude situatie wordt teruggehaald. Niet per se door een lang verdwenen gebouw te herbouwen, maar door stijlkenmerken van oude gebouwen uit de omgeving te verwerken in de nieuwbouw. Soms gaat dat zo ver dat je als achteloze voorbijganger denkt dat deze nieuwbouw er altijd al heeft gestaan. Oprechte historiserende nieuwbouw kun je dan gerust onder een historische architectuurstijl scharen. Architectuurstijlen
Neomodernisme aan de Boekweitkamp
In de stad zijn erg veel architectuurstijlen te onderscheiden. Vooral in de binnenstad is de diversiteit aan architectuur enorm. Om het toch behapbaar en toonbaar te houden op de kaart is een indeling gemaakt in 14 hoofdstijlen. Deze indeling is grotendeels gebaseerd op de indeling uit de Praktijk Pocket Welstand Den Haag uit 2004. Hieronder staat de lijst. Klik op de naam van een stijl als je er meer over wilt weten.
Gebouwen die zijn opgetrokken in plastische, organisch ogende vormgeving. In deze architectuur is sprake van weinig herhaling, alleen herhaling van principes zoals gebruik van vijfhoeken in plaats van meer gangbare vormen zoals vierkanten. Antroposofische architectuur is ontstaan in de jaren '20 van de vorige eeuw en komt nog steeds voor. Het oudste Haagse gebouw dat is opgetrokken in antroposofische architectuur is de Rudolf Steinerkliniek (1928) aan de Nieuwe Parklaan. Het Castellum (1994) in Leidschenveen is de jongste.
Moderne bouwstijl die populair was in de jaren '20 en '30 van de vorige eeuw. Deze stijl wordt gekenmerkt door strenge en tegelijkertijd decoratieve vormen die zowel in de gevels als in het interieur zijn verwerkt. In de gevels zijn regelmatig gestileerde beelden van machines, natuur of exotische personen verwerkt. Art Deco heeft overeenkomsten met Art Nouveau, maar het is veel strakker uitgevoerd. In Den Haag zijn verspreid door het centrum meerdere exemplaren te vinden. Een mooi voorbeeld is de voormalige bank voor de Rotterdamse Bankvereniging aan de Kneuterdijk (Nu Voco-hotel).
Frivole bouwstijl die populair was rond de vorige eeuwwisseling. Art Nouveau (ook wel Jugendstil genoemd) is ontstaan als reactie op de industrialisatie waarbij steden als kool groeiden met fabriekscomplexen en exploitatiehofjes. De stijl was de belichaming van de groeiende wens in de maatschappij om terug te keren naar de natuur. Kenmerk van Art Nouveau is het gebruik van organische, asymmetrische, luchtige vormen en natuurmotieven. Deze stijlkenmerken werden vaak in het interieur voortgezet. In Den Haag zijn meerdere Art Nouveau panden te vinden, zowel in de binnenstad als in de eerste uitbreidingsschil daaromheen. Aan de Laan van Meerdervoort (net over het Verversingskanaal richting Kijkduin) is nog een vrijwel ongeschonden rijtje huizen te vinden.
Bouwstijl uit het interbellum waarin de baksteen centraal staan, zowel als standaard gevelmateriaal als in geveldecoraties. De stijl wordt in Nederland vaak gekoppeld aan Amsterdamse School. Den Haag kent ook een aantal panden in Amsterdamse Schoolstijl, maar expressionisme kwam in deze stad pas goed tot uiting in de bouwstijl Nieuwe Haagse School. Dit is een strakkere variant waarin de nadruk lag op horizontaliteit, erkers, flink overstekende dakranden en ramen met glas in lood. Den Haag staat vol met expressionistische architectuur. Enkele sprekende voorbeelden zijn het Daltoncollege aan de Aronskelkweg, Parkflat Marlot en de gespiegelde woongebouwen aan het Louis Couperusplein. (Nieuwe Haagse School en Amsterdamse School worden beide meegenomen)
Bouwstijl uit de jaren 70 die teruggrijpt op kleinschaligheid en romantiek. Dit als reactie op de steeds grootschaliger worden flatwijken die in de jaren 60 en 70 overal in Nederland uit de grond werden gestampt. Jaren 70/80 architectuur wordt gekenmerkt door veel baksteengebruik, horizontale betonranden, afgeschuinde hoeken, nisjes en hellende daken. Deze architectuur werd veel gebruikt bij de vroegere stadsvernieuwingsprojecten en bij de bouw van de bloemkoolwijken (Houtwijk en Waldeck in Den Haag). Er is nooit een naam bedacht voor jaren 70/80 architectuur. Spottend werd het wel 'nieuwe truttigheid' genoemd, maar tegenwoordig is 'post65' ook een veelgebruikte term.
Bouwstijl waarin functionaliteit en minimalisme centraal staat. Hierbij wordt veel gebruik gemaakt van destijds vernieuwende materialen zoals beton, staal en glas. De focus ligt op strakke lijnen en geometrische vormen, niet op versieringen. Door het gebruik van witte gevels in combinatie met veel glas doen modernistische gebouwen vaak luchtig aan. Bijzondere Haagse voorbeelden van modernistische architectuur zijn de Nirwanaflat aan de Benoordenhoutseweg en de Papaverhof.
In de jaren 80/90 ontstane architectuurstroming die teruggrijpt op principes van het modernisme waarbij de vorm in dienst staat aan de functie. Decoraties worden zoveel mogelijk vermeden, al worden soms postmodernistische verwijzingen naar de uiteindelijke gebruiker of de locatie in het ontwerp verwerkt. Bij neomodernisme wordt regelmatig gebruik gemaakt van baksteen als gevelmateriaal, maar er worden ook andere materialen gebruikt. In Den Haag komt veel neomodernisme voor. De Haagse Vinexwijken bestaan vrijwel uitsluitend uit neomodernistische architectuur. (supermodernisme wordt hierin ook meegenomen)
Populaire bouwstijl uit de periode van de industrialisatie (1860-1915). In deze stijl wordt teruggegrepen op de renaissance-bouwstijl uit de Gouden Eeuw. Hiermee werd getracht de rijkdom uit die periode te vergelijken met de rijkdom die de industrie bracht. Neorenaissance is herkenbaar aan de bakstenen gevels die worden verlevendigd met natuurstenen speklagen, rondbogen waarin bakstenen en natuursteen elkaar afwisselen en natuurstenen blokken bij hoekpunten in de gevel. In Den Haag is het neorenaissance rijk vertegenwoordigd in en rond de binnenstad. Soms zo goed uitgevoerd dat je denkt met een echte renaissance monument te maken hebt. Bekende voorbeelden in Den Haag zijn Station Hollands Spoor, het Kurhaus op Scheveningen en het Sweelinckplein met alle aangrenzende woonhuizen. (neoclassicisme en neogotiek wordt hier ook in meegenomen)
Bouwstijl die de overgang markeert van de neostijlen naar de modernere architectuurstijlen zoals het expressionisme. Waar bij neorenaissance nog veelvuldig gebruik wordt gemaakt van natuursteen, zal deze accenten bij de overgangsarchitectuur vervangen door gekleurde bakstenen. Overgangsarchitectuur kan frivole vormen aannemen waardoor het soms aanschuurt tegen Art Nouveau. In Den Haag is nog veel overgangsarchitectuur te vinden in de wijken Valkenboskwartier en Statenkwartier. Bijzonder voorbeeld is het openbaar vervoermuseum aan de Parallelweg. (rationalisme wordt hier ook in meegenomen)
In de jaren 80/90 populaire architectuurstroming waarin op een excentrieke manier werd teruggegrepen op oude monumentale architectuurvormen. In deze architectuur werden vaak symbolen verwerkt die op een of andere manier verwijzen naar de locatie en/of de gebruiker van het gebouw. Den Haag staat bekend om haar postmodernistische skyline, waarin vooral de Resident met de Zurichtoren en Castalia uitspringen. De liefde voor grootse postmodernistische gebaren mag reeds zijn uitgedoofd, maar in kleinere schaal leven onderdelen van het postmodernisme voort in het nu alomvertegenwoordigde neomodernisme.
Strenge historiserende bouwstijl die gekenmerkt wordt door gebruik van bakstenen, kleine raamopeningen en forse schoorstenen. Traditionalisme is ontstaan als reactie op het modernisme, waarbij gepleit wordt voor een terugkeer naar oude vertrouwde bouwstijlen. Veel traditionalistische gebouwen in Den Haag zijn direct te koppelen aan de stroming Delftse School van de Delftse architect Granpré Molière. Voorbeelden zijn middelbare school De Populier en het ministerie van Defensie aan de Kalvermarkt.
Alle gebouwen en hun bouwstijlen van voor 1860, dus voor de intrede van de neorenaissance.
Neoclassicistische bouwstijl die in de beginjaren van de vorige eeuw ontstond als reactie op de steeds zakelijker wordende architectuur. Gebouwen in Um 1800 stijl worden gekenmerkt door symmetrie, veel gebruik van natuursteen in de gevels, en waar mogelijk wordt teruggegrepen op klassieke elementen zoals pilasters, frontons en barokke festoenen. In de Haagse binnenstad zijn nog enkele panden in Um 1800 stijl te vinden. Bekende voorbeelden zijn Maison De Bonneterie aan de Gravenstraat en de statige gebouwen die de entree van de Spuistraat markeren aan het Spui.
Architectuur uit de vroege wederopbouwperiode, tot ongeveer 1955. In deze periode wordt teruggegrepen op expressionistische architectuur van voor de Tweede Wereldoorlog, alleen wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van nieuwe bouwmaterialen en alternatieve vormen zoals bogen en cirkels. In de vroege wederopbouw worden vaak kunstwerken meeontworpen in gebouwen. Vanaf 1955 wordt de traditionele wederopbouw soberder en wordt het steeds meer vervangen door functionalistische wederopbouw. Traditionele wederopbouw is veel te vinden in Moerwijk, Leyenburg en Bohemen.
Architectuur uit de latere wederopbouwperiode, tot ongeveer 1975. De traditionele wederopbouw is zo ver versoberd dat alleen functioneel nuttige elementen overblijven in de architectuur. Portiekflats evolueren in deze periode tot grote galerijflats. Functionalistische wederopbouw is in Den Haag vooral te vinden in uitbreidingswijken Morgenstond, Bouwlust en Mariahoeve.
Alle gebouwen in Den Haag waarvan de architectuur (nog) niet is bepaald. Vaak gaat het om utilitaire en industriële gebouwen, maar in een enkel geval kan het ook nieuwbouw zijn waarvan de architectuurstijl nog niet is bepaald.
Totstandkoming van deze kaart De architectuur in Den Haag is een keer eerder in kaart gebracht. In de Praktijk Pocket Welstand Den Haag stond naast een samenvatting van de Haagse welstandsnota een verzameling kaarten met architectuurstijlen per wijk. Doel van de pocket was om inzicht te verschaffen in verbouwingsmogelijkheden, niet om een stadsdekkende architectuurkaart te genereen. Op verschillende plekken in de stad heb ik andere architectuurstijlen aangetroffen dan in de pocket, dus dan ben ik daar van afgeweken. De indeling van stijlen op deze kaarten is wel grotendeels overgenomen. Wanneer je in de kaartviewer klikt op de knop rechtsbovenin het venster dan verschijnt een pop-up met de verklaring van alle kleuren. Waar mogelijk heb ik naast de architectuurstijlen ook de namen van de architecten verwerkt. Wanneer je op een pand klikt dan wordt deze naam getoond, mits deze bekend is. Tegenwoordig worden de architectennamen wat beter gedocumenteerd dan vroeger, dus de nieuwere bebouwing is vaker voorzien van een naam dan de oudere. Hiervoor is niet een eenduidige bron te noemen. Dit is het resultaat van jarenlang van alles bij elkaar sprokkelen op architectenwebsites, in archieven en op bouwborden in de stad. Ook zijn de bouwjaren van de panden verwerkt op de kaart. Deze worden als label zichtbaar op de kaart wanneer je iets verder inzoomt. De bouwjaren zijn initieel afkomstig uit de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) van het Kadaster, maar bij diverse oudere panden zijn deze bouwjaren handmatig aangepast. Bron kaart: Maarten Reiling (2026)