Rijswijk - Stadhuis

Het stadhuis volledig in de steigers

Het Rijswijkse stadsbestuur heeft gedurende zijn geschiedenis verschillende onderkomens gehad. Oorspronkelijk zat het bestuur in een pand aan het Kerkplein, maar vanwege de slechte staat van dat pand is men in 1922 verhuisd naar buitenplaats Hofrust. Een statig pand waar men naar hartelust gasten kon ontvangen. Opmerkelijk genoeg wordt dit landhuis tegenwoordig aangeduid als 'Het Oude Raadhuis', terwijl deze naam eigenlijk veel meer van toepassing is op het reeds gesloopte raadhuis aan het Kerkplein.

Na afloop van de Tweede Wereldoorlog bestond er een grote woningnood in Nederland. Dit leidde tot een enorme bouwgolf die het aangezicht van veel plaatsen ingrijpend zou veranderen. In Rijswijk werd onder leiding van burgemeester Bogaardt een groots uitbreidingsplan gepresenteerd, namelijk Te Werve. Dit plan bestond uit een moderne woonwijk die als een soort schil om het Rijswijkse Bos zou worden gebouwd. Het bos lag voortaan niet langer aan de rand van de stad, maar er midden in. Vanwege deze uitbreiding van de stad was men genoodzaakt de gemeentelijke organisatie verder uit te breiden. Buitenplaats Hofrust bleek al enige tijd niet meer toereikend om het aantal aangestelde ambtenaren te huisvesten, dus men moest op ging naar een nieuwe locatie. Al snel viel het oog op een bouwkavel op de hoek van de Burgemeester Elsenlaan en Generaal Spoorlaan. Dit lag midden in het uitbreidingsgebied, dus men had een vanuit dit kantoor een mooi overzicht over de bouwactiviteiten.

Het ontwerp
Voor de bouw werd architect Jakobus Cornelis van Buijtenen aangetrokken. Deze van oorsprong Hagenaar had inmiddels een aardig portfolio opgebouwd in en rond Eindhoven. Hoewel hij vooral bekend stond om zijn traditionalistische architectuur (= baksteenarchitectuur met sobere verwijzingen naar het verleden) wilde hij met het stadhuis Rijswijk iets nieuws proberen. Van Buijtenen werkte het plan samen uit met de Rijswijkse architect Bart Hoogstraten. De rolverdeling tussen beide architecten was simpel. Hoogstraten was verantwoordelijk voor het bouwkundige deel, terwijl Van Buijtenen zorg droeg voor het uiterlijk. Dit ontwerp leidde tot een keerpunt in in de carriere van Van Buijtenen. Na Rijswijk zou zijn ontwerpstijl veel moderner worden.

Het stadhuis heeft een rechthoekige plattegrond met in het midden een eveneens rechthoekige binnenplaats. Aan alle zijden is het gebouw vier lagen hoog, dus het komt net niet boven de bomen uit. Alleen de klokkentoren aan de zuidwestzijde steekt er met zijn 63,5 meter ruimschoots bovenuit. Hoewel het stadhuis formeel een adres heeft aan de Generaal Spoorlaan is het representatieve ingangsportaal gericht op de Burgemeester Elsenlaan. Een brede trap begeleidt bezoekers van het voorpleintje naar de verhoogde begane grond. Boven deze ingang zit een breed balkon en zijn twee verdiepingen samengetrokken tot een geheel. Parallel aan de Generaal Spoorlaan is een rechthoekige vijver uitgegraven. Door de spiegelingen in het water wordt de monumentaliteit van het complex nog eens benadrukt.

De statige entree van het stadhuis

Vertrek
Door de almaar groeiende organisatie werd ook dit stadhuis al snel te klein bevonden. Dit heeft er in 2002 toe geleid dat men het gebouw besloot om te ruilen voor een aantal etages in kantoortoren Hoogvoorde aan het Bogaardplein. Om het kostenplaatje van deze verhuizing te dekken werd een prijsvraag uitgeschreven voor herontwikkeling van het stadhuisterrein. De prijs ging naar het plan 'Garden of Delight' van architectenbureau Van Heerden & Partners. In dit plan zou het stadhuis worden afgebroken om plaats te maken voor twee woontorens van 110 en 75 meter hoog. Een nogal bizarre hoogte voor deze locatie. Omwonenden zagen deze hoogtes niet zitten en wisten de bouw uiteindelijk via de rechter tegen te houden.

Terugkeer
Kantoortoren Hoogvoorde bleek niet de droomlocatie zoals verwacht. Voor een representatieve ontvangst was dit gebouw niet geschikt. Nu het ambtelijke apparaat weer wat is ingekrompen is minder ruimte nodig, dus het oude leegstaande stadhuis lijkt opeens heel geschikt als onderkomen. Dat de gemeente nu toch al tonnen aan jaarlijkse onderhoudskosten aan het pand kwijt is maakt deze keuze wat sneller gemaakt. Sinds een paar jaar bereidt de gemeente Rijswijk zich dus al voor op een terugkeer. Om het pand opnieuw geschikt te maken heeft de gemeente architectenbureau Inbo in de arm genomen. Dit bureau heeft een plan uitgewerkt voor een multifunctioneel 'Huis van de Stad'. Naast de gemeente zal het pand ruimte bieden aan maatschappelijke organisaties en horeca. De oude binnentuin krijgt een glazen dak en wordt zo een centrale ontmoetingsruimte midden in het gebouw. Ook wordt de gevel schoongemaakt en waar nodig hersteld en krijgt het pand nieuwe kozijnen die beter isoleren. Op het dak worden zonnepanelen aangelegd, zodat het gebouw deels in eigen energie kan voorzien. Zoals wel vaker bij dit soort verbouwingen zijn er nog wel wat hobbels op de weg. Doordat nu meer asbest is aangetroffen dan men aanvankelijk dacht gaat de verbouwing langer duren en meer kosten dan verwacht. Daarnaast heeft de vondst van een slechtvalkennest in de klokkentoren gezorgd voor de nodige vertraging. Volgens de huidige planning kunnen de ambtenaren in 2023 verhuizen naar dit vernieuwde stadhuis.

Bronnen
- Kwakernaak, A. (2018). Iconen in Rijswijk. Het stadhuis aan de Generaal Spoorlaan.
- Rijswijk krijgt een stadhuis. Het Vaderland (26-02-1954)
- Het Nieuwe Instituut: Buijtenen, Jacobus Cornelis van

- Gemeente Rijswijk: Raadsvoorstel 13-10-2020. Huis van de Stad

Gepubliceerd in Rijswijks Dagblad: 18-11-2020