Plan Dudok - 1935

Kaartviewer (laden kan paar seconden duren)

In de eerste paar decennia van de 20e eeuw is de bevolking en daarmee het bebouwde gebied van Den Haag aanzienlijk gegroeid. De nieuwe bevolking werd gehuisvest in nieuwe stadswijken die waren opgezet volgens de monumentale principes van het plan Berlage. Het grondgebied van de gemeente raakte echter vol, met het gevolg dat stadswijken soms dichter bebouwd werden dan oorspronkelijk bedacht. Fraaie diagonalen uit het plan Berlage werden rechtgetrokken om de grond efficienter te kunnen benutten en de kavels in villawijken werden verkleind zodat meer woningen konden worden gerealiseerd.

Met de annexatie van Loosduinen in 1923 kwam plotseling veel nieuwe bouwgrond beschikbaar. Hiervoor moest een stedenbouwkundig plan worden opgesteld. Het leek in beginsel voor de hand te liggen om verder voort te borduren op de succesformule van Berlage, maar de ideeen over de ideale stadsplanning waren inmiddels veranderd. Het functionele aspect van de stad werd belangrijker geacht dan het fraaie stadsbeeld. Zo ging de aandacht nu meer uit naar het afwikkelen van verkeersstromen en werd het aanbod van voorzieningen beter afgestemd op de vraag.

In 1935 werd door architect W.N. Dudok het uitbreidingsplan ‘s-Gravenhage Escamppolder Madepolder en Ockenburg gepresenteerd. De nieuw verworven grond van Loosduinen zou met dit plan vrijwel volledig worden omgevormd tot nieuw stadsgebied. Een van de belangrijkste vernieuwingen in dit plan was de ver doorgevoerde scheiding van vier functies, namelijk wonen, werken, recreatie en verkeer.

Functie: wonen
Het plan van Dudok houdt nagenoeg geen rekening met de ontstaansgeschiedenis van het gebied. Oude landschappelijke kenmerken worden zoveel mogelijk verwijderd, om zo ruim baan te geven aan de nieuwbouw en nieuwe levensstijl. Alleen markante gebouwen zoals de Abdijkerk en molen van Loosduinen en het landgoed Ockenburg blijven onaangetast.
In het plan werd een duidelijke hierarchie in de woonbebouwing gebracht, dit hing in sterke mate samen met de hierarchie in de wegen. Langs belangrijke wegen en de winkelcentra werd de hoogste bebouwing geplaatst van 4 bouwlagen hoog, secundaire ontsluitingswegen werden voorzien van een bebouwing van 3 lagen en overige straten moesten het vaak doen met lagere bebouwing. Op markante punten in de wijken werd ruimte gereserveerd voor hoogbouw (5 lagen of meer).
De woonbebouwing was ook veel ruimer van opzet dan voorheen het geval was in de tijd van Berlage. De populaire gesloten bouwblokken werden in de hoeken opengeknipt, zodat er interactie kon onstaan tussen de binnenterreinen en de omliggende straten. Veel van deze binnenterreinen werden ook niet langer opgedeeld in kleine erven bij de woningen, maar ingericht als publieke open ruimte.

Functie: werken
Een van de meest in het oog springende onderdelen van het plan van Dudok is het nieuwe centrale havengebied dat zou worden aangelegd ter hoogte van het huidige bedrijventerrein Zichtenburg en Houtwijk. Dit havengebied zou direct aansluiten op het toch al industriele gebied van de groenteveiling van Loosduinen. Het gebied zou vanuit twee richtingen toegankelijk worden gemaakt voor scheepvaart. Ten eerste moest een nieuwe waterverbinding worden aangelegd met het Laakkanaal. Het eerste deel van dit kanaal was ter hoogte van de Veenendaalkade reeds gerealiseerd. Ten tweede moest een verbinding worden aangelegd met het Rotterdamse havengebied. Dudok tekende hiervoor een nieuwe vaarweg langs de Uithof waarna deze ter hoogte van het riviertje Gantel afbuigt naar het westen.

Functie: recreatie

Hoofdstructuur groen en water

In het plangebied was veel ruimte gereserveerd voor groen voor recreatiedoeleinden, zoals sporten. Centraal in het huidige Escamp werd een brede groenstrook geprojecteerd die het Zuiderpark moest verbinden met de Uithof. Parallel aan en haaks op deze centrale groenstrook moesten secundaire groenstroken komen, zodat een groene gridstructuur ontstond die fungeerde als scheiding van afzonderlijke buurten.
Op een paar plekken worden de groene assen gebruikt als zicht-assen voor belangrijke voorzieningen. Met name de nieuwe zweminrichting ter hoogte van het huidige bedrijventerrein Zichtenburg maakte op haast Berlagiaanse wijze gebruik van de openheid van het omliggende landschap

Functie: Verkeer
De opkomst van de auto en de bijkomende impact op het stadsbeeld werd in 1911 al door Berlage onderkend. De groei van het aantal auto’s ging echter nog een stuk sneller dan destijds verwacht, dus in het plan van Dudok werd nog meer ruimte gereserveerd voor verkeer. Het verkeer moest op een efficiente manier kunnen worden afgewikkeld via brede ontsluitingswegen richting de stad en het omliggende gebied. Dudok maakt in zijn plan ook een eerste aanzet voor de Lozerlaan, tegenwoordig een belangrijke schakel in de ringweg van Den Haag. Ter hoogte van het nog te graven kanaal wordt de weg opgetild en gaat deze als viaduct door naar het nieuwe hart van Loosduinen.
Opvallend is het gebrek aan openbaar vervoer op de kaart. Het is niet duidelijk of dit een gevolg is van een gedachte dat collectief vervoer over spoor geen toekomst heeft, of dat de tramsporen in deze planfase gewoon nog niet zijn meegenomen op de kaart. De hoofdstraten zijn in elk geval breed genoeg om dubbele tramsporen te herbergen.

Realisatie
Door de economische crisis in de jaren 30 en vervolgens het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is het plan nooit gerealiseerd. Wel zijn principes uit het plan overgenomen in de periode van wederopbouw, en dan met name in de oostelijke wijken zoals Moerwijk. Het gridstructuur in de wegen is doorgevoerd in Escamp, evenals het idee van opengebroken bouwblokken met daarbinnen voor publiek toegankelijke ruimtes. Het huidige groene kruis ligt dan niet direct op de plek die Dudok voor ogen had, maar het is wel een afgeleide van zijn ideeen.


Bron kaart: Uitbreidingsplan 's-Gravenhage Escamppolder, Madepolder en Ockenburg - W.N.Dudok (1935)